Vluchtelingen in Piraeus helpen

Van 9 t/m 16 april 2016 ga ik naar Athene en Piraeus om met een team Zen Peacemakers te doen wat nodig is voor de vluchtelingen. Onze 3 intenties zijn: Not knowing (vanuit een open blik, vrij van oordelen en bevooroordeeld zijn), bearing witness (erkennen wat is; ons laten raken) en actie die hieruit voortkomt.

Marseille In het AD met de slaapzak die ik sponsor(foto: Jacques Zorgman)


De voorbereiding

Met oproepen op Facebook en artikelen in het plaatselijke Krantje en het AD Haagsche Courant heb ik via mijn privérekening en een crowdfundingpagina geld ingezameld. In totaal is er 1942,50 gestort en met aftrek van de onkosten voor de crowdfundingpagina blijft daarvan € 1858,10 over. Ook heb ik veel spullen ontvangen. In de 20 kg gratis bagageruimte die door Transavia beschikbaar is gesteld, kan ik een tas vol buitenspeelgoed, schriftjes en stickervellen, een grote koffer, tweedehands heren- en jongenskleding, tandpasta en tandenborstels, een slaapzak en poncho’s vervoeren.

 

zaterdag 9 april

De eerste middag loop ik na aankomst in ons appartement samen met Petra (de organisator van onze ‘Not knowing pilgrimage’) en Pat (de filmer van de Boeddhistische Omroep Stichting) naar de haven van Piraeus, zo’n 3,5 km van ons appartement vandaan. De vluchtelingen zitten er op drie locaties: Bij de terminals E1 en E2 en bij het daar tussenin gelegen Stone Warehouse. Op iedere locatie staan er tenten, pal op elkaar, op het beton. De vluchtelingen slapen er op en onder dekens. In de twee grote terminal-hallen en een deel van het Stone Warehouse zitten en liggen de vluchtelingen op dekens op de grond. In totaal bieden deze kampen plek aan zo’n 4000 vluchtelingen waarvan 1100 bij E2, de plek die onze vaste basis wordt. In de loop van de week worden het er steeds minder, omdat de vluchtelingen op vrijwillige basis naar andere kampen worden overgebracht.

Piraeus 1  E2

Ik ga binnen een kijkje nemen en raak in gesprek met twee Syrische broers. We communiceren een tijd lang via google translate. Later komt er nog een vriend bij die een beetje Engels spreekt. Ze willen wel op de foto en we worden Facebookvrienden. Als ik naar buiten loop, val ik middenin een vrolijke danssessie van een groep Afghanen, op het ritme van een trommelaar. Ik ga graag op de uitnodiging tot dansen in, die eindigt in een warme hug met degene met wie ik heb staan dansen. Mens zijn onder de mensen. Wie is de helper?

Pireaus 14

Hoewel ik 300 euro per dag te besteden heb, spendeer ik nog geen geld aan de vluchtelingen. En ik werk er ook nog niet als vrijwilliger. Ik ben er gewoon mens onder de mensen.

 

zondag 10 april

De vrijwilligers van E2 communiceren met elkaar via een Facebookgroep. Daar spreken ze af wanneer er overleg plaatsvindt. Meestal is dat om 11 uur ’s ochtends. Ik overleg daar wat ik met mijn tas vol speelgoed ga doen die de Intertoys uit Leidschendam gesponsord heeft. Het is te weinig voor iedereen en zelf uitdelen wordt me afgeraden, omdat de kinderen er om zullen vechten en dan zijn er altijd verliezers. Iemand suggereert om de kinderen er een klus voor te laten doen, bijvoorbeeld het schoonmaken van het terrein. Na het uitvoeren van de taak kunnen ze dan een stuk speelgoed krijgen.

Ik pak het totaal verkeerd aan en het uitdelen wordt een chaos. Ik zorg dat ik genoeg speeltjes heb voor alle kinderen die met vuilniszak en plastic handschoen op pad worden gestuurd. Binnen een minuut is de eerste terug met een zak boordevol afval. Pat heeft de jongen gevolgd. Hij heeft gewoon de afvalcontainer leeggeplukt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling en hij krijgt geen speelgoed. Een hele groep kinderen komt om me heen staan. K., een Syrische Koerd van 19, probeert me te helpen. Hij zet de kinderen in een rij, maar de brutalen dringen voor. Ze rukken aan de plastic tas die binnen no time aan flarden ligt. S., het verlegen Afghaanse jongetje van 9 dat de vorige dag bij het dansen van de Afghanen naast me zat, vist achter het net. Hij komt teleurgesteld naast me zitten en als hij dan ook nog een bal op z’n hoofd krijgt, komen de tranen.

We spreken met Sarra, die de gang van zaken in het Stone Warehouse coördineert. Er is groot gebrek aan slippers en tenten. We willen spullen gaan kopen, maar de winkels blijken helaas gesloten op zondag. Wel kan ik bij de stalletjes nog wat spulletjes voor de kinderen kopen.

Ik stel een tasje samen met cadeautjes voor S.: een schriftje en stickers die mijn dochter had gesponsord, en wat pennen en een toeter die ik bij een stalletje heb gekocht. Het duurt even voor ik hem zie lopen. Hij is ZO blij. Vliegt me om de hals. Ook ’s avonds, als Pat en ik tot middernacht in de emergency ruimte aan het werk zijn, komt hij me weer omhelzen. Zo ontroerend.

 

Piraeus 9 S. met zijn cadeautje

maandag 11 april

Er zijn veel mensen met bussen uit het kamp vertrokken. We horen dat de autoriteiten de haven voor het begin van het toeristenseizoen, eind van deze maand, ontruimd willen hebben. Vertrek is vooralsnog wel op vrijwillige basis.

Ik zie K., de vriendelijke Syrische Koerd die me de vorige dag heeft trachten te helpen bij het uitdelen van het speelgoed, in gesprek met een vrouw die hem papieren laat invullen en ik ben bang dat hij nu ook snel zal vertrekken. K. vertelt me dat hij hier met zijn moeder is. Zij heeft hartproblemen en voelt zich niet gezond. Ik ontmoet haar nu voor het eerst. Ze spreekt geen Engels maar we geven elkaar een intense hug en dat zegt meer dan 1000 woorden. K’s zus is achtergebleven in Syrië. De vluchtroute liep door IS gebied en dat was te gevaarlijk voor een meisje van 17. Zijn vader zit in Duitsland. De familie is dus uiteengescheurd. K. heeft geen geld voor een telefoon. Ik vraag hem hoeveel geld hij nodig heeft er eentje te kopen: slechts € 100,-, denkt hij. Spontaan beslis ik dat ik hem met het sponsorgeld ga helpen. Op een afgelegen plek overhandig ik hem het geld.

Daarna ga ik kleding sorteren in het Stone Warehouse. Wat een enorme hoeveelheid spullen ligt hier opgeslagen! Ik kijk om 3 uur ook toe bij de uitdeling ervan.

Piraeus 6

Voor ik vanochtend naar het kamp toe kwam heb ik spullen kunnen kopen waar de vluchtelingen hier behoefte aan hebben: ik heb voor € 89,- tien stevige tasjes (voor waardevolle spullen) bij een kiosk gekocht en 35 paar slippers (à € 1,99,- of € 2,99,-) en kinderspeelgoed bij de ‘Jumbo’ (een enorme winkel waar je van alles en nog wat kunt kopen). Die middag ga ik nog een keer naar de Jumbo, dit keer samen met Renata, vriendin van Sarra. Ze is al een half jaar voor vluchtelingen in touw, 17 uur per dag, zonder vrije dagen. Wat een toewijding. We gaan met een busje, want lopend zijn al die spullen niet meer te tillen. We kopen eindeloos veel slippers in alle soorten en maten, twintig leggings, zestien rollen tape, tien tenten (voor € 19,95 per stuk) en kinderspeelgoed.

Piraeus 7  Renata bij de Jumbo

Ik kan de spullen hier zelf niet uitdelen want daarvoor zijn er teveel vluchtelingen en de behoefte is te groot. Zodra ze weten dat je met een tas slippers aankomt kan hij al uit je handen worden gerukt. De vrijwilligers die dit uitdelen runnen weten heel goed hoe je gedoe voorkomen kunt. De vluchtelingen mogen niet zelf bij het Stone Warehouse naar binnen gaan om wat uit te zoeken. Ze moeten netjes op hun beurt wachten en kunnen dan aangeven wat ze willen hebben. De vrijwilligers zoeken vervolgens iets voor ze uit. Veel keuze krijgen ze niet aangeboden, dus of het nu hun smaak is of niet, ze zullen het ermee moeten doen.

Piraeus 5 Sarra deelt een paar slippers uit

Het eten wordt verzorgd door de Griekse regering. De maaltijden worden drie keer per dag uitgedeeld. Omdat er spanningen zijn tussen de Syriërs en de Afghanen wordt er voor beide groepen op verschillende plekken uitgedeeld. Zelf eten we niet veel. Ik wil geen eten van de vluchtelingen nemen, want er is niet altijd genoeg. In Piraeus kunnen we wel broodjes kopen, maar omdat dat best ver lopen is vanaf de haven komt het vaak voor dat we een maaltijd overslaan.

Tijdens het diner overwegen we met onze Zen Peacemakers groep om zelf in een tent tussen de vluchtelingen te gaan slapen om zo elkaar te kunnen afwisselen tijdens de nacht-shift in het kamp, bij de emergency ruimte waar Pat en ik gisteravond tot 12 uur hebben gezeten. In die ruimte worden babyflesjes gesteriliseerd en wordt melk voor de baby’s klaargemaakt. Ook wordt er wc-papier uitgedeeld, en zaken als luiers, maandverband, zonnebrandcrème en voeding voor diabetici. Zeker ’s nachts, van 12 tot 7, zijn er moeilijk vrijwilligers te vinden. Ons appartement is 40 minuten lopen van het kamp en dat is wel een belemmering voor het doen van zo’n nachtdienst.  We weten alleen niet hoe lang de kampen in de haven er nog zullen zijn. Waar de mensen naartoe gebracht worden is niet bekend maar er zijn vermoedens dat ze er niet op vooruit zullen gaan. Het stemt ons verdrietig. Waarom schiet Europa de vluchtelingen niet te hulp? Waarom moet het straatarme Griekenland alles zelf oplossen?


dinsdag 12 april

Slapen in een tent in de haven zit er niet in want er is groot tekort aan tenten ontstaan. De vluchtelingen die ondertussen naar kampen in de buurt zijn gebracht hebben hun tenten meegenomen, alhoewel ze die daar niet nodig hebben. Andere tenten zijn stuk gewaaid, want het heeft hier vannacht aardig gespookt. Petra koopt de laatste tien tenten bij de Jumbo, en wij slapen zelf gewoon in ons appartement, behalve Maartje en Pat die een nachtdienst zullen draaien in de emergency ruimte.

Maartje vertelt me over een mooie ervaring. Haar portemonnee was bij het opstaan op de grond gevallen, zonder dat ze het door had. Een jonge knul was achter haar aangekomen om haar de portemonnee terug te geven. Waarom zijn de mensen in Europa toch zo bang voor deze vluchtelingen? We ontmoeten steeds weer lieve, beleefde en eerlijke mensen.

Ik probeer een gesprek aan te gaan met een man in een rolstoel, een Syrische Koerd. We communiceren met handen en voeten. Hij is 60 jaar oud. Zijn vrouw is 45 en ze hebben een zoontje van 5. Wat een bijzondere gezinssamenstelling. Er komen meer Koerden bij ons staan en ik vraag ze naar K. Niet veel later komt hij er al aan. Hij heeft een telefoon gekocht! Trots laat hij er een foto van ons samen mee maken.

Het wordt steeds heter. Omdat er moeilijk aan zonnebrandcrème te komen is, help ik met mijn eigen flesje ‘P20’ vele tientallen kindergezichtjes in te smeren. Ik heb ook bodylotion gekocht, want zelfs in de avond komen mensen om zonnebrandcrème vragen en dat is natuurlijk jammer voor iets dat hier zo schaars is.

Tijdens het rondlopen met mijn flesje P20 kom ik achter het Stone Warehouse in contact met een Afghaanse alleenstaande moeder (M.) met haar dochter N., die gisteren 3 is geworden. Laat er nou net een verjaardagscadeautje (kleurboek en kleurpotloden, gekocht bij de Jumbo) in mijn rugzak zitten! Het meisje is er blij mee. Toch twijfel ik of ik door moet gaan met het spelen van sinterklaas. Soms levert het gedoe op tussen de kinderen onderling, of eisen ze meer. Een van de kleurpotloden van het meisje van 3 wordt afgepakt door een jongetje. M. gebiedt hem het potlood terug te geven en dat doet hij keurig. Als beloning geef ik hem een stuiterbal, waarop N. ontroostbaar is. Ze wil alleen nog maar een stuiterbal en naar het kleurboek kijkt ze niet meer om. Heb ik nu leed toegevoegd door mijn handelen? Ik weet het niet. Wat zou wijsheid zijn? Het voortaan alleen bij aandacht geven houden?

Piraeus 2

Iedere middag sluiten we met onze groep af met een luistercirkel. Het raakt me om de verhalen en gevoelens van ieder binnen te laten. Het helpt ook om zelf heel bewust te kiezen met welke intentie ik de volgende dag in zal gaan.

De vrijwilligers die hier de gang van zaken coördineren werken veel harder dan wij. Toch voelen we geen moment de druk dat we mee moeten in het systeem. We kunnen vanuit het ‘niet weten’ en ‘erkennen wat is’ (onze Zen Peacemakers intenties) ieder moment kiezen wat gepast is en we verliezen niet uit het oog dat we ook goed voor onszelf moeten zorgen.

 

woensdag 13 april

Samen met de Amerikaanse Renée ga ik vandaag met de metro naar Athene. We willen weten of er nog vluchtelingen op straat leven op het Victoriaplein. Er zitten inderdaad veel Arabische mensen op het plein, maar ze zien er zeker niet uit als daklozen. Ze zijn goed gekleed en zien er schoon uit. Waar is hun bagage? Hoe overleven ze hier? Ik ga een gesprek aan met een Afghaans gezin, maar ze begrijpen me niet goed. Ik krijg een telefoon in mijn handen gedrukt om aan een vriend in Canada uit te leggen wat ik kom doen. Ze zijn ongetwijfeld bang geworden voor de malafide praktijken van mensensmokkelaars. Ik word niet veel wijzer van dit gesprek en twijfel of ik de juiste dingen heb gezegd. Renée denkt dat de mensen door mijn vragen de indruk hebben gekregen dat het in de kampen in de haven veel beter is dan hier en weer zie ik hoe snel je leed toe kunt voegen, onbedoeld.

Dan komt er een Iraniër op ons toegelopen, B. Hij heeft € 1,20 nodig om zijn zus in Engeland te bellen want er zijn problemen en het geld dat ze had opgestuurd is niet aangekomen. Natuurlijk kan hij dat geld krijgen. Even later hebben we een mooi gesprek met hem op een bankje in de felle zon. Hij deelt mee met onze lunch en vertelt over de martelingen die hij onderging in de gevangenis. Oorspronkelijk was hij landbouwer. Renée hoopt via een organisatie in de VS een project op te kunnen zetten waar vluchtelingen hun beroep uit kunnen oefenen om zo in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. We geven hem mijn telefoonnummer zodat hij zijn zus met ons in contact kan brengen. Hij vertelt ons dat hij in het vluchtelingenkamp ‘Notara 26′ zit en we gaan daar een kijkje nemen. In een kraakpand verblijven zo’n 125 vluchtelingen en de Nederlandse vrijwilliger Mario vertelt ons dat de Griekse bevolking het kamp heel trouw van eten voorziet. Prachtig om te zien hoe gemoedelijk het er hier aan toe gaat.

Op de terugweg stappen we op metrostation Omonia in een overvolle metro en daar word ik door een -naar ik vermoed Oost-Europese- bende van zo’n zes personen (waaronder ook een vrouw) ingesloten, en ze beroven me van wat geld dat ik in mijn broekzak had gestopt (dit had ik gedaan om niet steeds mijn portemonnee te voorschijn te hoeven trekken) en van mijn mobiele telefoon. Ook Reneé’s telefoon weten ze te stelen. Een triest einde van een mooie dag.

 

donderdag 14 april

De vorige avond heb ik lang bij de politie moeten wachten om aangifte te doen en werd ik uiteindelijk weggestuurd omdat de chef er niet was. Vandaag lukt het wel, al kost het anderhalf uur. Enigszins chagrijnig begin ik aan de dag en het is wel confronterend dat ik met een relatief kleine tegenslag als het verliezen van mijn telefoon en het verdoen van een paar uur bij de politie al zo uit m’n doen ben. Hoe moet dat dan wel niet voor de vluchtelingen zijn?

Ik probeer geld te pinnen, maar mijn pinpas wordt niet geaccepteerd door de geldautomaten hier. Het blijft een beetje een katterige dag. Ik help een vrijwilliger die alleen bij de douches staat te helpen, maar er is een probleem met de watertoevoer en na verloop van tijd moeten we de douches noodgedwongen sluiten. Er zijn maar 4 douches voor het hele kamp, dus de vluchtelingen zijn er niet blij mee. Ik heb mensen gesproken die hier al 15 dagen niet hebben kunnen douchen. Dat er alleen koud water is, vinden de mensen ook niet fijn. Maar klagen doen ze nauwelijks.

Bij de douchekeet krijg ik ruzie met een Syrisch jongetje dat prachtige kindertekeningen van de wand afrukt. De andere kinderen zijn geschokt en proberen de gescheurde tekeningen weer op te plakken. Ik help ze daarbij en probeer de agressieve jongen weg te houden door streng naar hem op te treden. Hij schopt en bespuugt me en gaat dan op de vuist met een van de andere kinderen. Later betrap ik hem op het stelen van een blik babyvoeding uit de emergency ruimte en dan hebben we dus echt ruzie. Het raakt me. Dit is ongetwijfeld een getraumatiseerd kind. Waarom weet ik niet soepeler met hem om te gaan?

Ook is er een vrijwilliger die boos op me wordt, omdat ik in de emergency ruimte de nieuwe instructies uitvoer om geen mensen meer toe te laten in de keuken, tenzij ze er echt dringend moeten zijn. Later komt hij gelukkig zijn excuses maken. Ik verontschuldig me ook. Ik was immers wel wat gestresst.

 

vrijdag 15 april

Met al mijn bagage kom ik eind van de ochtend aan bij E2. Ik ga hier vannacht nog een nachtdienst draaien en vanuit de haven neem ik morgen de bus naar het vliegveld. Mijn weekendtas kan zolang bij Carmen in de auto, want het schijnt dat je er niet op mag rekenen dat onbeheerd achtergelaten bagage netjes blijft staan. De koffer van mijn ouders en de slaapzak die ik zelf doneer, lever ik in bij de blauwe keet waar diverse producten worden uitgedeeld.

Ik heb me voorgenomen weer op goede voet te komen met het agressieve Syrische jongetje. Al gauw zie ik hem en ik loop op hem toe. Argwanend kijkt hij me aan. Ik leg mijn hand op mijn hart, steek mijn duim naar hem omhoog en strek dan mijn hand uit om weer vrienden te worden. Met een vragende blik geeft hij me een hand. Even later komt zijn vader op ons af en er is ook een tolk in de buurt, dus ik leg uit dat we gisteren ruzie hadden, maar dat ik vandaag weer vrienden met hem wil zijn. Het jongetje lacht. Zo gemakkelijk gaat dat dus.

Ik loop naar E1, anderhalve kilometer verderop, om uit te zoeken waar de bus morgen vertrekt, en sluit aan bij een groep Afghanen die ook die richting op loopt. Ze zijn allerhartelijkst en bij hun tent aangekomen nodigen ze me uit te delen in hun lunch. Ik sla het af, niet zeker wetend of er genoeg voedsel is. Bovendien wil ik graag nog bij Marzieh langs, die me dinsdag haar tent heeft gewezen, achter het Stone Warehouse. Ik tref haar daar aan de lunch, samen met een groep Afghanen. Ze nodigen me uit erbij te komen zitten en Nazanin vliegt me om de hals. Ik krijg een warm linzengerecht en een stuk feta aangeboden, nog vegetarisch ook! Het ziet ernaar uit dat ze meer dan genoeg te eten hebben en het is erg gezellig met elkaar te eten. Hananeh, een meisje van een jaar of 10, toont me een schoolschriftje. Ze krijgen hier les! Ze wijkt niet meer van mijn zijde. Als er muziek wordt opgezet gaan we samen dansen en ook de kleine Nazanin danst mee. De sfeer is uitgelaten vrolijk en ondanks dat het inmiddels minstens 30 graden is, ga ik helemaal uit m’n dak. Wat zal ik deze mensen gaan missen.

Ik neem afscheid van Sarra, die weer staat te helpen bij het Stone Warehouse. En van Kat, de Griekse vrijwilligster die de coördinatie van E2 op zich genomen heeft en geld nodig heeft voor de opvang van de meest kwetsbare mensen in het kamp.

 

zaterdag 16 april

Ik draai samen met Theo een avond- en nachtdienst in de emergency ruimte van E2. De mensen komen regelmatig langs om thee te vragen, maar we mogen ze geen heet water meegeven. Dat is bestemd voor de baby’s. Ook wordt er veel om zonnebrandcrème gevraagd en ze lijken de bodylotion maar een slap alternatief te vinden.

Het blijft de hele nacht rumoerig in de terminal. Er wordt ook als om half twaalf de lichten op halve sterkte gaan nog luid gepraat en er klinkt muziek. Veel vluchtelingen gaan pas tegen 2 uur in de nacht slapen. De schoonmakers lopen midden in de nacht de hal gewoon te dweilen en de binnenkomende berichten op hun telefoons galmen door de ruimte.

Als er om drie uur een vader met een ziek kindje langskomt, gaat Theo met ze mee naar E1, en blijf ik een minuut of 40 alleen achter. Ik realiseer me dat het misschien wel bijzonder is dat ik me totaal niet bang voel, nu ik zo helemaal alleen ben tussen vele honderden vluchtelingen. Het is alsof ze een beetje familie van me geworden zijn.

Om een uur of vier komt er een groepje jongelui vragen of we wat te eten hebben. Nee, ze zullen moeten wachten tot het ontbijt van elf uur. Even later komen een Syrische vrouw, haar jong volwassen dochter en de vriend van het meisje de hal binnen. Ze hebben een reis van 10 uur achter de rug vanuit het afschuwelijke kamp Idomeni, bij de grens met Macedonië. Ze vragen om dekens en ze hebben honger. Ik loop naar de keuken om broodjes, feta en sinaasappels voor ze te halen.

Als ik vroeg in de ochtend met al mijn bagage wegloop om de bus naar het vliegveld te nemen, kan ik mijn tranen niet bedwingen. Zoveel mooie mensen waarmee ik dierbare ontmoetingen heb gehad laat ik achter. Een koffer vol bijzondere ervaringen neem ik mee. Wat gaat er met deze mensen gebeuren? Men zegt dat de kampen in de haven nog voor de start van het toeristenseizoen (eind van de maand) ontruimd zullen zijn. De vluchtelingen moeten dan worden opgevangen in andere kampen. Waarschijnlijk zijn dat gesloten kampen, waar ze dus veel minder vrijheid hebben dan hier. Zolang de Europese landen geen hulp aanbieden zitten ze vast, zonder toekomst, zonder perspectief. Dat laten we toch niet gebeuren?

Ik heb nog 1100 euro sponsorgeld over. Ik maak het geld over aan Petra en zij zorgt ervoor dat er via Kat 700 euro voor onderdak aan de meest kwetsbare groepen vluchtelingen in de haven wordt besteed (zoals zwangeren, homoseksuelen etc.). De resterende 400 euro schenk ik aan het project Notara 26 in Athene.