Pikorde

kauwtjes

Het is een komen en gaan van vogels in onze achtertuin. Met broodkruimels en vogelzaad op de grond en een pinda-netje in de appelboom, is er dan ook heel wat te halen. En dan heb ik het nog niet eens over al het organisch materiaal dat in de tuin zelf te vinden is.

Ik geniet van alle levendigheid, en soms houdt het me ook van mijn werk. Niet alleen de meesjes hangen aan de pinda’s, ook de kauwtjes hebben het netje ontdekt. Terwijl de ene kauw allerlei capriolen uithaalt om maar op het netje te kunnen blijven zitten, heeft de ander, die eronder zit om de pinda’s op te eten die naar beneden vallen, het grootste maal.

De duiven doen zich tegoed aan het vogelzaad op de grond. We hebben denk ik twee huisduiven, maar vergeef me als ik niet zo goed kan onderscheiden of het dezelfde zijn die ik ooit als onze huisduiven beschouwde. De afgelopen jaren zagen we  in het voorjaar vaak twee duiven heel verliefd op de schutting zitten. En nu zie ik er ook steeds twee, die hun buik komen volvreten. Dat die ene nog niet geknapt is, verbaast me. Hij (ja, ik denk toch echt dat het een mannetje is; vergeef me, heren) blijft maar eten. De ander komt altijd op de tweede plaats. Ze zijn zo te zien niet echt verliefd meer, want de veelvraat is behoorlijk agressief tegen zijn voormalige partner. ‘IK EERST!’, lijkt hij haar toe te roepen.

Als er even geen duiven te zien zijn, komen de eksters. Die zijn ook met z’n tweetjes, maar verdragen elkaar beter. De merel is de volgende in de pikorde. Ik houd van merels. We hadden vroeger altijd een merelnest in de tuin en hoe vaak ben ik niet diep verdrietig geweest wanneer de jonge vogeltjes weer eens ten prooi waren gevallen aan een kat. Het merelgezang ging voor mij helemaal leven toen ik ‘Le merle noir’ leerde spelen op de dwarsfluit, een uiterst moeilijk stuk waarin Olivier Messiaen het merelgezang zeer waarheidsgetrouw nabootste.  Maar als ik dan nu zie hoe agressief onze tuinmerel zich gedraagt ten opzichte van de roodborstjes, mussen en vinkjes die langs komen, weet ik opeens niet meer hoever mijn liefde voor de merel reikt.

De musjes verdragen elkaar goed. Gezusterlijk zitten ze met elkaar te smikkelen. Speciaal voor hen strooi ik de kruimels uit de broodzak. Veel te klein voor de gulzige grote vogels. Jaren geleden was de mussenstand opeens bedreigd. Maar als we onze broodkruimels in de tuin zouden strooien, zou het aantal mussen weer kunnen toenemen. Volgens mij doet de mus het wel weer goed in Nederland.

Opeens meende ik ook twee verschillende soorten vogels ontdekt te hebben die elkaar verdroegen. Terwijl een musje op de grond hipte, zat een roodborstje daar vlakbij, op een plantenpot. Maar het elkaar verdragen duurde niet lang. Ik zag hoe de roodborst probeerde het musje te verjagen. Na de aanval zat het roodborstje weer op een muurtje en het musje at onverstoorbaar verder. Zou deze dan toch hoger in de pikorde staan?

Ik herken veel van wat ik bij de vogels zie gebeuren vanuit de mensenwereld. Ik wil graag geloven dat de mens van nature goed is. Dat ons handelen gebaseerd is op ons natuurlijke streven naar verbinding en zorgzaamheid, en dat egoïsme en hebberigheid een uiting zijn van een verstoring in ons, die met name gevoed wordt door angst. Maar als ik al die concurrentie zich zo voor mijn ogen zie afspelen, vraag ik me af of wij mensen elkaar wel wat zouden gunnen, als we niet geleerd zouden hebben rekening te houden met elkaar. In hoeverre is onze medemenselijkheid aangeleerd gedrag?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s