Verwondering

koolwitje

Hardlopend door de Horsten, genoot ik van de natuur. De ene boom al in prachtige herfsttinten, de andere boom nog donkergroen. Het water verstild in de sloten. De zonnestralen speels door de bladeren. Maar hoewel het prachtig was, kwam het niet met de intensiteit binnen die ik misschien had verwacht. En ik probeerde me te openen voor de ervaring van verwondering.

Ik zette heel bewust mijn stappen, terwijl de bolsters van de beukennootjes onder mijn voeten kraakten. Een vogel floot. Ik zag de warme kleuren van de herfstbomen. Maar verwondering? Het was eerder een beetje vlak, zo heel gewoon, alsof ik dit al 53 jaar lang had meegemaakt. Wat misschien dan wel zo lijkt te zijn, maar in feite is ieder moment toch weer anders. Waar was die verwondering als van een kind, dat werkelijk ieder moment als nieuw kan ervaren? En weer probeerde ik me open te stellen.

Ik besefte dat ik ergens op uit was, dat ik iets wilde meemaken. Maar je kunt je nu eenmaal niet op commando verwonderen. Sterker nog, ik zou het er wel eens mee tegen kunnen houden.

En opeens was het er toch. Zodra het grasveld voor de Seringenberg opdoemde, was daar die lila vlek zomaar in het gras. Als een oorverdovende stilte overviel het me. De verrassing van wat ik zag, in combinatie met de schoonheid ervan, waren bij me binnengekomen in een totaalervaring die alles omvatte, en die tijd en ruimte oversteeg. Toen ik dichterbij gekomen was, zag ik dat het malva’s waren die daar nog uitbundig stonden te bloeien. Heel gewoon eigenlijk.

Even later kwam er een koolwitje langs gefladderd. Weer was er een moment van verwondering. En direct daar achteraan kwamen mijn gedachten over dit wonder van de natuur langs gevlogen. Met lichte ontroering ging ik in gedachten terug naar de dikke groene rups die ik van de week in de broccoli had gevonden. Op een klein broccoliroosje had ik hem in de voortuin neergezet, in de hoop dat het nog een vlinder zou worden. Peter en ik vroegen ons af of het dan een koolwitje zou zijn. Maar we betwijfelden of hij het vlinderstadium nog ooit zou bereiken. Het koolwitje dat ik nu tegenkwam had het wel gehaald, en het fladderde vrolijk in het nazomerzonnetje.

Waarom zouden de ervaringen verrassend moeten zijn voor ik me verwonder, vroeg ik me af. Waarom niet gewoon iedere boom, ieder beukennootje, iedere zonnestraal en zelfs iedere schaduw net zo diep binnen laten komen als die lila malva’s in het gras en het dartelende koolwitje. Waarom niet?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s