Chantal

Bij de avondmaaltijd in het Stadsklooster schuift ze aan tafel. Een jonge vrouw, puistig gezicht, en een blik waarin een heel levensverhaal staat te lezen. Achter haar vriendelijke, onzekere lach en schichtige ogen schuilt een wereld die ze vast niet direct met me zal willen delen. Het is of ik haar al ken. Haar hele voorkomen doet me aan iemand denken. En langzaam komen de herinneringen weer boven.

Zestien jaar geleden ontmoette ik Chantal bij het Centraal Station. Ik liep van het Ministerie van Landbouw, waar ik net een vergadering had gehad, terug naar het Ministerie van VROM, waar ik werkte. Ze stond bij het station te bedelen en vroeg me om een gulden voor de reis naar haar ouders in Boskoop. Op de een of andere manier raakte ze me meer dan andere daklozen. En hoewel ik niet wist of het nu goed was of juist niet om geld te geven aan bedelaars, had ik nu het gevoel dat ik haar met mijn geld misschien iets anders kon geven. Iets wat ze veel harder nodig had dan het geld zelf. Het verhaal van de reis naar haar ouders leek me niet erg geloofwaardig. Ik vermoedde dat ze drugs nodig had, waar ik liever niet aan mee wilde betalen. Toch vond mijn hand een tientje in mijn portemonnee en stopte dat haar in handen. Ergens in de daarop volgende maanden ontmoette ik haar nog een keer. Ze had het koud. Ik had net een nieuwe winterjas gekocht en bood haar aan mijn oude jas voor haar mee te nemen. Ik zou hem op mijn werk voor haar klaarleggen, en ik gaf haar mijn visitekaartje.

Het leek al of ze het vergeten was, maar een paar weken later zat ze beneden in de hal verkleumd op me te wachten. Ik was gebeld door de receptie dat ik een bezoeker had. In de kantine haalde ik twee kopjes hete thee en die dronken we samen beneden in de hal op. Ik gaf haar mijn jas, waar ze erg blij mee was, ondanks de kapotte rits. Veel gepraat hadden we tot dan toe niet, maar op dat moment durfde ik haar te vragen of ze verslaafd was. Ze gaf toe dat ze drugs gebruikte. En de eerstvolgende keer dat ik haar buiten tegenkwam, vertelde ze me uit zichzelf dat ze de gevangenis in moest, vanwege winkeldiefstal. Wat een hopeloze situatie. Ik stond er machteloos bij toe te kijken. We pakten elkaars hand vast, elkaar stil en verdrietig in de ogen kijkend. Toen wenste ik haar veel sterkte en fietste naar huis.

Een jaar later zat ik met mijn gezin in de trein. Onze dochter was zeven en had een lastige bui. Ze was jaloers dat ik haar broertje meer aandacht zou geven dan haar, en keerde zich boos van me af. Op dat moment liep daar opeens Chantal langs in het gangpad! We herkenden elkaar direct en ik was zo blij haar weer te zien. Ze zag er enorm veel beter uit. We praatten even met elkaar en ze vertelde dat ze net uit de gevangenis kwam en weer op weg was naar Den Haag CS. Want hoewel haar lichaam in de gevangenis wel was afgekickt, was haar hoofd nog altijd verslaafd, vertelde ze. Ze verlangde er zo naar om eindelijk weer te kunnen gaan gebruiken. Toen zag ze onze dochter, die nog altijd strak naar buiten keek. ‘Ze is boos op mij’ vertelde ik haar. ‘Zo was ik vroeger ook,’ zei ze met een verdrietige ondertoon, ‘en eigenlijk is het nooit helemaal overgegaan.’
Op onze dochter had het diepe indruk gemaakt. Hoewel ze Chantal niet had aangekeken, had ze alles wel degelijk meegekregen. Haar boze bui was als sneeuw voor de zon verdwenen en bleef daarna nog weken weg.

De vrouw voor me aan tafel, in het Stadsklooster, vertelt me dat ze een jaar op straat heeft geleefd. Als vrouw was dat geen pretje. Je werd steeds mee naar huis genomen door mannen die verkeerde bedoelingen met je hadden, vertelt ze me. Maar nu heeft ze gelukkig onderdak. En ze vraagt me naar mijn situatie, of ik ook een dak boven m’n hoofd heb. Te midden van zo’n honderd dak- en thuislozen en mensen die in armoede leven, schaam ik me er bijna voor te vertellen dat ik hier ben vanuit mijn zen-beoefening. Dat we willen weten hoe het is om op straat te leven, om afhankelijk te zijn van wat je van andere mensen krijgt aangeboden. Zen-meditatie, dat lijkt haar wel wat! Ze wil ook leren mediteren. Want ze is zo onrustig.

Aan het eind van de maaltijd dringt ze erop aan dat ik de volgende keer hier weer kom eten. En weer voel ik die schaamte als ik wil gaan uitleggen dat ik dat niet zal doen. Omdat ik dat niet eerlijk vind naar de mensen die deze maaltijd echt nodig hebben, terwijl ik het wel zelf kan betalen. Het voelt of ik me daarmee boven haar plaats. En boven al die andere mensen hier. Ik kan maar beter m’n mond houden.

Een gedachte over “Chantal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s